FVD bewijst zichzelf een slechte dienst

F

Of het echt een Sallandse uitdrukking is, is niet helemaal zeker, maar de betekenis lijkt mij wel duidelijk: FVD Hardenberg hef zichzölf bi-j de bok doan.

Wat is er gebeurd? Burgemeester Offinga en raadsleden van FVD hebben onlangs een vertrouwelijk gesprek gehad over deelname van de partij aan 4 mei-herdenkingen. Niet als toeschouwer, maar als spreker, zoals elke partij een spreker afvaardigt naar de herdenkingen in Balkbrug, Schuinesloot, Kloosterhaar en in nog 11 plaatsen.

Iedereen moet zelf weten of hij wel of geen begrip opbrengt voor de opstelling van de burgemeester, gezien de huidige en vroegere sympathie voor het nazisme van enkele FVD-politici in andere delen van ons land. Maar dat je, zoals fractievoorzitter Iris Treur van FVD-Hardenberg heeft gedaan, een brief naar de pers stuurt en uit het vertrouwelijk gesprek zaken naar buiten brengt is nogal dom. Dat is “zichzölf bi-j de bok doan.”
Want reken maar dat vanaf nu geen enkel zichzelf respecterend raadslid FVD nog vertrouwt, de FVD’ers worden in geen enkele commissie toegelaten waar vertrouwelijke zaken worden behandeld.

Iris Treur heeft een vwo-diploma behaald, laat ze weten. Van iemand met zo’n opleiding zou je wat meer verstand verwachten. Nu heeft ze echter haar partij een slechte dienst bewezen door uit de school te klappen.

Wat ze wel heeft bereikt, met onbedoelde hulp van weekblad De Toren, is dat haar aanhang weer met donder en geweld de sociale media heeft bestormd. De Toren heeft namelijk wel de brief van FVD gepubliceerd, maar in eerste instantie vergeten de burgemeester om een reactie te vragen. Een medaille heeft tenslotte twee kanten, nietwaar. Pas later kwam het vervolg.
Maar ondertussen waren alle FVD-stemmers al onbeschoft tekeer gegaan op Facebook. De lokale rijdende patatboer had het over landverrader. En dat was nog de minste belediging. Hij is een walgelijk persoon, gestoord, een gedrocht dat moet worden afgezet, een nazi-burgemeestertje.

“Wat ons betreft sluiten wij niemand uit, aangezien wij een democratische partij zijn. Wij kunnen op bepaalde punten samenwerken”, zegt fractievoorzitter Iris Treur in De Stentor. Dat laatste kan wel eens een moeilijke zaak worden, na deze rel.

“FVD Hardenberg hef zichzölf bi-j de bok doan”. Daar is geen woord Frans bij.

Raad steunt Oldemeijerplan

R

28 juli 1999

HARDENBERG – De gemeenteraad van Hardenberg heeft woensdag raadsbreed besloten in principe mee te werken aan de plannen voor een facelift van recreatieplas De Oldemeijer in Rheeze. Niet alle omwonenden kunnen die plannen waarderen, zo liet een inspreekster voorafgaand aan de besprekingen weten.

Eigenaar J. Hagedoorn van het Expo Centre in Hengelo heeft verregaande plannen om de Oldemeijer aantrekkelijker te maken voor de toeristen, de bewoners van Hardenberg en zichzelf. Nadat Staatsbosbeheer had aangegeven het onderhoud en beheer van de plas liever kwijt te willen, heeft Hagedoorn zich bij het gemeentebestuur van Hardenberg gemeld met plannen voor een restaurant, indianententen, een podium, een tokkelbaan en meer van dat soort zaken.

De gemeenteraad van Hardenberg had zich al eerder uitgesproken voor de komst van een restaurant, maar de plannen van Hagedoorn gaan een stuk verder. Voor buurtbewoonster Jenske Bosmans-Lorijn gaan die plannen veel te ver, zo liet ze aan het begin van de raadsvergadering weten. “De indruk is ontstaan dat ondernemers een hele hand pakken als je ze een vinger geeft. In april sprak de raad over één horecagelegenheid, nu blijken er wel twintig bouwwerken te komen. Hoe kan men er nog voor zorgen dat er geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving?”, zo vroeg ze de raadsleden. Die raadsleden plaatsten ook wel enkele vraagtekens bij bepaalde voorzieningen of, zoals Annie Kelder (PvdA) zei: “Wordt het niet wat teveel van het goede?”

Alleen de VVD sprak zich via Max Westbroek volmondig uit voor de ideeën van Hagedoorn. “Dit plan heeft de volledige steun van de VVD. Als dit niet doorgaat is er binnenkort geen Oldemeijer meer. Het is een verbetering van het toeristisch product en voor de eigen bewoners blijft de toegang gratis. Eigenlijk is er geen alternatief. Als toeristisch visitekaartje leek de Oldemeijer haar glans te verliezen. Daarom mogen we deze kans niet laten lopen”, zo meende de liberaal.

Ook wethouder Egbert Wendt sprak van het ‘wegglijden’ van de Oldemeijer. Hij had onlangs tijdens een warme vakantiedag poolshoogte genomen en was geschrokken van de tegenvallende bezoekersaantallen. Of de plannen van Hagedoorn ‘teveel van het goede waren’ zou in een later stadium besproken kunnen worden, zo gaf hij aan. “Er zal in elk geval in de voorschriften worden opgenomen dat er geen uitbreiding van kampeermogelijkheden mag komen”, aldus Wendt die vervolgens zag dat alle partijen ondernemer Hagedoorn en de gemeente de kans bieden de plannen verder uit te werken.

Afscheid en huldiging

A

Tjonge, wat een veren kreeg hij op z’n hoed. En allemaal verdiend.
Hermannus Brinkman uit Bergentheim was 50 jaar onbezoldigd veldwachter geweest en nu vond hij het genoeg. Eigenlijk was hij landbouwer van beroep, maar hij was ook jachtopziener, in dienst van de heren van de Veenderij Van Royen. Die ‘heren’ hielden nogal van de jacht maar er werd in hun ogen zoveel gestroopt, dat ze behoefte hadden aan een jachtopziener. En die werd dan meteen onbezoldigd rijksveldwachter.

Normaal stopte je pas met die baan als je kwam te overlijden, maar Brinkman was niet meer zo goed ter been en had daarom een brief gestuurd naar de Minister van Justitie met het verzoek, hem eervol te ontslaan. Het positieve antwoord op die brief werd 9 mei 1938 persoonlijk bij Brinkman thuis afgeleverd door majoor Eleman, brigadecommandant van de rijksveldwacht in Ommen. Toen die bij de woning van Brinkman kwam, zat het huis vol met genodigden. Veldwachter Pieter van Engelenhoven had een heel leger gasten opgetrommeld: jachtheren van weleer, zoals Isaac van Royen, de vroegere burgemeester van Zwolle. Verder de oud-burgemeester van Zwollekerspel Peter Dorhout Mees, jonkheer Adriaan Stoop uit Ommen en acht veldwachters of voormalige veldwachters waar Brinkman mee had samengewerkt.

Mooie woorden voor Brinkman en zijn echtgenote, waarbij de woorden van Stoop nogal opmerkelijk waren: Brinkman had er als jachtopziener namelijk een keer voor gezorgd dat de jachtheren in twee dagen 120 hazen hadden kunnen schieten. Als dank voor zijn werk kreeg Brinkman een envelop met inhoud. Maar er was meer: zijn vrouw kreeg een grote bloemenmand en hijzelf een wandelstok met zilveren handvat. Daarin stond gegraveerd: “Ter herinnering aan de goede samenwerking met de Rijksveldwachters 1888-1938.”

Hierna werd het nog drukker in de woning van Brinkman, want ook de hervormde dominee Bouman uit Hardenberg kwam langs, net als de Hardenberger huisarts Fraser. Waarna, volgens de journalist van weekblad De Vechtstreek, nog volop sterke verhalen werden verteld over stropen met lichtbakken en met strikken, en hoe die stropers te pakken waren genomen.

Hermannus Brinkman heeft nog bijna 11 jaar van zijn ‘pensioen’ kunnen genieten. Hij is in 1949 op 91-jarige leeftijd overleden en is begraven op kerkhof Nijenstede aan de Stationsstraat in Hardenberg.

OpKoers.toen

O

Waarschuwing voor Doen’22:
2014 – 3 zetels
2018 – 5 zetels
2022 – 7 zetels
2026 – 2 zetels

De mier en de eekhoorn

D

Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn.
‘Ik ga voor geruime tijd op reis’, zei hij, ‘maar ik weet niet voor hoe lang.
Ik neem dus maar zo afscheid dat het ook voor heel lang kan zijn.’ Zij schudden elkaar vijf keer de hand en omhelsden elkaar ook zoals het bij een afscheid voor lange tijd hoort.
‘Laat je nog iets van je horen?’ vroeg de eekhoorn.
De mier had zich al omgedraaid en riep terwijl hij langs het bospad lied: ‘ja!’
Even later was hij uit het gezicht verdwenen en bleef de eekhoorn alleen achter. Wat zou het voor reis zijn?, dacht hij. Maar hij wist hoe weinig je kon zeggen van reizen die nog moesten beginnen.
Niet lang daarna ontving de eekhoorn een brief.

Beste eekhoorn,
Ik ben nu volledig op reis.
Ik heb je beloofd dat ik iets van mij zou laten horen.
Als je straks een uitroepteken leest,
laat ik iets van mij horen.
Lees je goed? Let op!

Op dat moment klonk er een zacht gefluit dat onmiskenbaar het gefluit van de mier was.
‘Mier!’ riep de eekhoorn opgetogen.
Hij draaide de brief om en om, keek tussen alle letters en toen in de envelop en op de grond, maar er was geen spoor van de mier te bekennen. Hij begon opnieuw te lezen en weer hoorde hij, toen hij het uitroepteken las, hetzelfde zachte gefluit. Als hij lang naar het uitroepteken keek kon hij zelfs een liedje herkennen dat de mier dikwijls floot.

Hij deed de brief in de envelop en legde hem op de tafel naast zijn bed.
Hij moet heel ver weg zijn, dacht de eekhoorn. Maar hij denkt aan mij!
De zon scheen en de eekhoorn ging op de tak voor zijn deur zitten. Maar telkens stond hij op en ging hij naar binnen om de brief opnieuw te lezen, en telkens als hij bij het uitroepteken kwam hoorde hij weer het zachte fluiten van de mier die van ver weg iets van zich liet horen.
En telkens schudde de eekhoorn zijn hoofd, glinsterden zijn ogen en dacht hij: mier, mier!

Toon Tellegen

Recente berichten