De jaarlijkse herdenking bij het voormalige Kamp Molengoot is weer achter de rug. Met vlagvertoon en volksliederen. Nederlandse, maar ook Israëlische. Dat deed mij denken aan een column in weekblad De Sallander in 2013. 👇
Column in De Sallander van 16 oktober 2013
Wat wordt jaarlijks in oktober herdacht door de stichting Joods Kamp Molengoot bij het monument aan de Luggersweg in Collendoorn? Nogal wiedes, het wegvoeren van de Joodse dwangarbeiders natuurlijk, de Joodse mannen die in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden afgevoerd naar Kamp Westerbork en in overgrote meerderheid werden vermoord in concentratiekampen in Polen.
Tenminste, dat was ooit de intentie. Maar vanaf het begin is het fout gegaan. En elk jaar wordt het een klein beetje erger.
Voor degenen die nog nooit bij een herdenking zijn geweest en nog nooit een verslag hebben gelezen: de vaste ingrediënten zijn een speech van de voorzitter, gedichtjes van leerlingen van de basisschool die het monument heeft geadopteerd, gebeden door een rabbijn, het zingen van de verzen 1 en 6 van het Wilhelmus en het zingen van het Israëlische volkslied. Om met dat laatste te beginnen: wat heeft het zingen van het Israëlisch volkslied nou te maken met de Joodse dwangarbeiders? In 1942 bestond Israël nog helemaal niet en bestond er dus ook geen volkslied. En die mannen waren Nederlanders, geen Israëliërs. Het zingen van het volkslied is dus je reinste flauwekul. Maar het zingen van het Wilhelmus kan toch wel? Het waren tenslotte Nederlandse dwangarbeiders. Dat klopt, alleen zou men het bij het eerste couplet moeten laten. Het zesde is een geloofsuiting die misschien helemaal niet past bij de Joodse mannen. Niet elke Jood was en is een gelovige Jood. Bovendien is het Wilhelmus geschreven alsof het uitspraken zijn van de protestantse prins Willem van Oranje. Weinig Joods, derhalve.
Maar wat elk jaar een beetje erger wordt, is dat het lijkt alsof de herdenking is gekaapt door een bepaalde groep christenen. In de openingsspeech werd veel aandacht besteed aan de vervolging van christenen, de aanslagen op christenen, de onderdrukking van christenen. Totaal buiten de orde. En als je al een link naar het heden wilt leggen kijk dan naar vervolgden in het algemeen, naar onderdrukking in het algemeen, naar haperende vredesinitiatieven in het algemeen.
Verder kwam in het verhaal naar voren dat Joodse kinderen nog steeds om hun geloof worden gepest. Ook in Hardenberg. Nou is er jaarlijks contact tussen pers en politiechef waarbij zaken besproken worden als verkeersonveiligheid, drugsgebruik en diefstallen, maar ook racisme en discriminatie komen aan bod. En nooit, nog nooit is daar naar voren gekomen dat in Hardenberg Joodse kinderen om hun geloof worden gepest. Oncontroleerbare uitspraken dus, die daarom beter achterwege gelaten hadden kunnen worden.
Wat wèl in goede aarde viel, ook bij de oudere scholieren, was de bijdrage van Deborah Slier. Deze Amerikaanse schrijfster en uitgeefster, nicht van Flip Slier wiens brieven uit Molengoot voor de komst van monument en herdenking hebben gezorgd, vertelde over het lijden van de Joden, maar ook over de moed van gewone mensen in de Tweede Wereldoorlog, die lijf en leden riskeerden om hun medemensen te helpen, over onderduikers die dankzij die hulp konden overleven, over mensen die niet spraken over hun geloofsovertuiging maar dat lieten zien. De herdenking tot de kern teruggebracht.