Klaproosdag

K

“Overal in Nederland zullen weer klaprozen worden verkocht waarvan de opbrengst wordt aangewend om het werk van het Nederlands Oorlogsgraven Comité mogelijk te maken. Mogen wij uw onmisbare steun inroepen om de klaproosinzameling 1960 te doen slagen?”

Deze oproep was afkomstig van de dames Boekhoven-v.d. Kamp en Bruins-Elfring, leden van het Nederlands Oorlogsgraven Comité, afdeling Hardenberg.

Slachtoffers WO-2
11 november is het ‘poppy day’, oftewel Klaproosdag. Op deze dag, de herdenkingsdag van het einde van de Eerste Wereldoorlog, worden internationaal de vele oorlogsslachtoffers herdacht van alle oorlogen en conflicten. Met name in Canada, Engeland en België. In Nederland aanvankelijk niet, omdat ons land neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog en relatief gezien weinig oorlogsslachtoffers kende. Maar vanaf 1946 veranderde dat. Er werd gecollecteerd om bloemen te leggen op graven van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, later werd de opbrengst gebruikt voor reizen van nabestaanden die nog nooit het graf van hun familielid hadden kunnen bezoeken.

“Tienduizenden geallieerde soldaten liggen verspreid over meer dan 400 kerkhoven in Nederland begraven. Wij hebben zo ontzaglijk veel aan hen te danken. Onze moeizaam herwonnen vrijheid is een offer waard”, schreven de dames van het Hardenbergs comité.

Laatste Klaproosdag
Zaterdag 14 november 1970 werd de 25e en laatste Klaproosdag gehouden. Volgens mevrouw Blom-de Recht, directrice van het centrale bureau van het Nederlands Oorlogsgraven Comité in Amsterdam, was het niet omdat er geen nabestaanden meer zouden zijn, maar hun aantal werd wel minder. Bovendien was het nu voor velen financieel wel mogelijk de graven te bezoeken. Burgemeester Enklaar van Holten, voorzitter van het comité, zei het zo: “Het ligt in de lijn der verwachtingen dat onze activiteiten geleidelijk zullen aflopen. Grafbezoek dat zou ontaarden in een vakantietrip, waarin een bezoek aan een oorlogskerkhof is opgenomen, zou ons het recht ontnemen nog langer een beroep te doen op de vrijgevendheid van het Nederlandse publiek.”

In NRC Handelsblad werd nog een reden genoemd:
“Dit jaar wordt voor het laatst een Klaprooscollecte gehouden. Het wordt steeds moeilijker vrijwilligers te vinden. Sedert 1946 heeft het comité met Klaproosgelden 40 á 50.000 familieleden van gesneuvelde bevrijders uit Canada, de Verenigd. Staten, Engeland en Frankrijk laten overkomen. Sinds 1967 mogen ook Polen voor grafbezoek naar Nederland reizen.”

De collectes in Hardenberg stopten net als in de rest van ons land in 1970. Alleen in steden met veel oorlogsgraven in de buurt, zoals Nijmegen en Sittard, wordt nog jaarlijks aandacht besteed aan Klaproosdag.

Symboliek
De symboliek van de klaproos is afkomstig van John Mc Crae, een militaire arts afkomstig uit Canada, die het beroemde gedicht Flanders Fields schreef voordat hij zelf sneuvelde. Hij beschreef hoe de klaprozen bloeiden op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog en vroeg aan de lezers de fakkel van de strijd tegen de vijand van de gesneuvelden over te nemen en de strijd voort te zetten, zodat de doden konden rusten. Zo werd de klaproos het symbool van de hulp aan de slachtoffers, invaliden en hun nabestaanden van het oorlogsgeweld.

Armenzaken

A

In het Archief armenzaken 1847-1860 van de gemeenten Ambt- en Stad Hardenberg wordt onder meer Teunis Almelo genoemd. Hij is in 1793 geboren op het erve Keisers in Ane (nu adres Keizersteeg 1). Zijn ouders zijn Henricus Almelo en Hilligjen van den Steenteugel.
Op het moment dat over Teunis in het armenarchief wordt geschreven, is hij weduwnaar van Geertruid Kolkman.

Op 1 juli 1847 is hij voor de derde keer opgenomen in het bedelaarsgesticht Ommerschans. Zijn onderhoud wordt betaald door de gemeente Ambt Hardenberg.
Volgens de sinds 1818 geldende Wet op het domicilie van onderstand moet het armbestuur in de gemeente waar een bedeelde is geboren, zorgen voor zijn of haar onderhoud, ook al is die persoon elders woonachtig.

De gouverneur van de Provincie Overijssel (later: commissaris van de Koning) verzoekt in 1848 om zijn vrijlating, omdat Teunis heeft verklaard dat hij bij zijn schoonzus Aaltje Kolkman kan wonen. Uit onderzoek blijkt echter dat Aaltje al drie jaar geleden is overleden. De ‘truc’ van Teunis mislukt.

Een jaar later, op 17 april 1851, wordt hij alsnog ontslagen uit het gesticht.
‘Gezichtsverduistering en ouderdomszwakte’ zorgen ervoor dat hij niet meer geschikt is om te werken. En dus heeft men niets aan hem in Ommerschans.

Uit: Textielstad

U

De burchten van de nijverheid
staan er nog her en der verspreid:
spelonken, hol en afgeleefd,
waar nu de wind vrij spel in heeft.

Textielbaronnen van weleer,
hun jachtgebied bestaat niet meer.
Waar zouden ze gebleven zijn,
Van Heek, Ter Kuile, Blijdenstein?

Hebben ze kinderen voortgebracht,
hebben ze hier nog nageslacht,
of koos dat snel een betere stee
dan Enschede?

Willem Wilmink

Turken

T

Ik denk nog dikwijls aan de crisistijd van vroeger
De tijd dat ik nog veertien werkhuizen had
Mijn wijlen Piet en ik, wij waren echte zwoegers
En we hadden toch geen televisie en geen bad
Dat is veranderd, want ik kan nu alles kopen
Omdat voor mij een luxueus bestaan begon
De wereld van de haute couture ging voor mij open
Want ik nam 32 Turken in pension

Nou, mijn vriendinnen, weet u wat die meiden zeien:
Ze zijn venerisch allemaal – laat ze toch gaan!
Maar Venerië is een landstreek in Turkije
(En dat geroddel, daar trek ik me niks van aan)
En toen er van de week twee nieuwe kwamen vragen
Toen zette ik nog gauw een bed op het balkon
Leve de gastarbeiders, roep ik alle dagen
Toen had ik 34 Turken in pension.

Ze zijn zo dankbaar, oh het zijn zo’n lieve Turken
Ze werken hard en sparen goed voor hun gezin
Ja, bij de Luyckx-fabriek sorteren ze augurken
Reuze afwisselend en reuze naar hun zin
Na het ontbijt deed ik de bedden van mijn Turken
Tot ik bedacht dat ik die best benutten kon
Nu ligt er overdag een nachtploeg in te snurken
En heb ik 68 Turken in pension

Nou, en vanmorgen vroeg komt er een kerel bellen
Hij droeg een aktetas en kwam van B & W
Hij zegt: Mevrouw, zegt-ie, ik kom uw Turken tellen
En is het werkelijk waar: heeft u maar één weecee?
De arme man – ik wist al wat er zou gebeuren
Want ze verschenen allemaal op m’n geroep
‘t Was zo gebeurd – z’n lieve vrouw zal om hem treuren
Vanavond eten we hier ambtenarensoep

Ivo de Wijs, 1969
Uit: De bokken en de schapen – Nijgh & Van Ditmar

Recente berichten