Lawaaisaus

L

In het Sociaal weekblad (1 januari 1890) staat het volgende te lezen:
“Wat eet de werkman? hoe voedt, hoe kleedt hij zich? hoe woont en slaapt hij? Wat hij eet, kan ik u zeggen: slechte aardappelen met zogenaamde lawaaisaus, meel met water en wat azijn.”

Er was zelfs een recept van lawaaisaus: het was een saus die gemaakt werd op basis van het kooknat van aardappelen. Omdat dit kooknat niet erg smaakvol is, werd aanbevolen er voor smaak en kleur mosterd en azijn aan toe te voegen. En als je zelfs dat niet kon betalen dan kon je nog kiezen: mosterd óf azijn. Had je iets meer te besteden dan kon je er ook nog wat meel bijdoen.

Over de herkomst van de naam bestaat geen eenduidige uitleg.
“Het doet alsof het wat voorstelt, maar het is geen echte saus.”
Maar het volgende kan ook een verklaring zijn, vooral als er als smaakmaker wat ui bij wordt gebakken:
“De term is wellicht ontstaan door de darmwerking na de maaltijd. Uiensaus of siepelsaus is het dan eigenlijk. Gebakken uien veroorzaken vaak veel winderigheid. En dat levert ‘lawaai’ op.”

Op de website spinazieacademie.nl staat een andere uitleg:
“Vleesloze jus heette lawaaisaus. Het had niets om het lijf, maar het bruiste enorm in de pan. Hoe maakte je lawaaisaus? Je smolt een klontje margarine in de pan en liet dat bruinworden. Dan roerde je er een lepel bloem doorheen, zorgde dat dit wel bruin werd en gaar, maar niet ging klonteren. Daarna goot je er een plens koud water bij. Dat bruiste enorm, vandaar het woord ‘lawaaisaus’. Weer heel goed roeren en dan had je ‘jus’.”

Recente berichten