Wie de molen van Brucht wil zien, moet niet naar Brucht rijden maar naar Ameland. In Hollum staat ‘een tweedehandsje’, zoals de plaatselijke VVV dat zelf zegt, die afkomstig is uit Brucht.
‘De Verwachting’, heet hij tegenwoordig. Het is een achtkantige windmolen die maalvaardig is en regelmatig wordt gebruikt om koren en mosterd te maken. Eigenaar is de gemeente Ameland, die er ook maar meteen een gemeentelijk monument van heeft gemaakt.
Maar hoe komt nou de molen van Brucht via allerlei omzwervingen in Hollum terecht?
De beltkorenmolen van Brucht werd in 1877 gebouwd op het Koeveen (Haarweg) door Hendrik Jan ten Brinke. Ook nakomelingen van hem werkten als molenaar op de korenmolen. Tot 1925 werd er met de wind gemalen, maar vanaf dat jaar werd een motor gebruikt. Toen in 1932 door een sterke wind een molenwiek afknapte was molenaar Gerrit Jan ten Brinke van plan de overgebleven wieken te verwijderen “zoodat er allicht weer een molen verdwijnen zal, althans worden ontsierd”, schreef de journalist van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant.
De molen bleef als machinale maalderij in gebruik tot 1945. Vanaf dat jaar raakte de molen in verval. In 1973 kocht rietdekker/molenbouwer Kleinjan uit Den Ham de molen voor verplaatsing naar Den Ham. Hij kreeg echter geen bouwvergunning zodat de molen verdween in de opslag. Tot 1988, toen de ‘Vrienden van de Hollumer molen’ de restanten kochten om dienst te doen als opvolger van de Hollumer molen ‘De Verwachting’, die in 1949 was gesloopt. Om verzekerd te zijn van een goede windvang werd niet gekozen voor de oorspronkelijke vorm, een grondzeiler, maar voor een hoge stellingmolen.
De wederopbouw duurde enkele jaren, maar in november 1994 kon de molen eindelijk officieel in gebruik worden gesteld. Dat gebeurde tijdens een feestelijke plechtigheid door Loek Hermans, commissaris van de koningin in Friesland.